Bron: www.cgb.nl
Over gelijke behandeling en (geen) handen schudden
De afgelopen jaren was er veel media-aandacht voor moslims die vanwege hun geloof geen hand willen geven aan personen van het andere geslacht. Een aantal van deze zaken werd ter beoordeling aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) voorgelegd. Onlangs sprak de CGB zich uit in twee zaken waarbij een ROC weigerde een mannelijke student tot een ICT-opleiding toe te laten, omdat hij vanwege zijn geloof vrouwen geen hand gaf. Het ging hierbij om twee verschillende scholen en twee verschillende studenten.
In deze ROC-zaken (oordelen 2011-06 en 2011-07) heeft de CGB een afweging gemaakt tussen de belangen van de school en die van de aankomend student. De ROC’s gingen ervan uit dat studenten die geen handen willen geven, minder kans hebben op het vinden van een stage of baan. Een van de scholen voerde ook aan dat zij respectvolle omgangsvormen nastreeft. De studenten wilden graag de betreffende ICT-opleiding volgen en beriepen zich op de wet om zich aan hun religieuze voorschriften te kunnen houden.
De CGB houdt in de belangenafweging rekening met de vrijheid van onderwijsinstellingen om zelf hun koers te bepalen over al dan niet gewenste omgangsvormen. Een voorwaarde daarbij is dat niet in strijd met de Wet gelijke behandeling wordt gehandeld. Bij de beoordeling daarvan is van belang dat een student geen voorbeeldfunctie heeft binnen een school, zoals een docent. De CGB onderkent dat studenten mogelijk nadeel ondervinden op de stage- en arbeidsmarkt als zij geen handen schudden. Maar iemand daarom niet toelaten tot een opleiding is dan wel een heel zwaar middel. Zeker omdat de ROC’s niet hebben aangetoond dat handen schudden noodzakelijk is voor de functie van ICT-er. In beide zaken was dan ook sprake van verboden onderscheid.
Sinds 2002 heeft de CGB tien zaken voorgelegd gekregen over handen schudden. In vijf zaken is degene die klaagde over discriminatie op grond van godsdienst door de CGB in het gelijk gesteld. In vijf andere zaken was dat niet het geval, bijvoorbeeld in oordeel 2007-180. Deze tien zaken betroffen zowel onderwijs- als arbeidszaken.
Bedenkt de CGB dit zomaar? Nee, om discriminatie en uitsluiting tegen te gaan, heeft Nederland de gelijkebehandelingswetgeving, die voortkomt uit artikel 1 van de Grondwet. De CGB toetst individuele zaken aan deze wetgeving. De wet biedt daarbij ruimte voor een belangenafweging.






